Een nieuwe start
De Nederlandse wetgeving geeft aan dat de werkgever en werknemer in overleg met elkaar verplicht zijn om inspanningen te verrichten dat moet leiden tot herstel en er sprake kan zijn van werkhervatting. Als er geen passend werk meer is bij de huidige werkgever, kan dit betrekking hebben op allerlei zaken zoals:

  • Aanwezige beperkingen of het inkrimpen van werkzaamheden.
  • Outsourcing van bedrijfsactiviteiten en/of verbetering van een bedrijfsproces (door b.v. een technische ontwikkeling).

In dergelijke situaties kan er gekozen worden voor het zogenaamde 2e spoor re-integratietraject. Dit houdt in dat de werkgever een wezenlijke inspanning verricht om de werknemer te begeleiden naar een andere werkgever. Dit soort omstandigheden en gebeurtenissen kunnen voor beide partijen vervelend zijn. Juist daarom dient er z.s.m. een traject gekozen te worden dat aansluit aan de individuele situatie.

 

Begrijpt de cultuurverschillen
Uit ervaring van het CBS, onderzoeken en werkplannen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat het voor niet-westerse allochtonen moeilijker is om een geschikte baan te vinden. Inter-Focus heeft echter ervaring met het begeleiden van (niet-westerse) allochtonen en kan hen hierdoor sneller bemiddelen naar een andere en passende baan. Dit komt doordat de interculturele communicatie ons centraal uitgangspunt vormt bij het dagelijks handelen: wij begrijpen de cultuurverschillen, kennen de normen en waarden, etc. Ons gekleurd team staat in functie van ons gekleurd cliënteel.

De invulling van een 2e spoor traject bevat o.a. de volgende onderdelen in het plan en er wordt stapsgewijs gewerkt volgens de volgende indeling:

  • Intake
  • Onderzoek
  • Trajectplan
  • Advies
  • Implementatie

 

Gedurende het 2e spoor re-integratietraject wordt de voortgang van de werknemer nauwlettend in het oog gehouden. Onze arbeidsmarktspecialisten zijn hiervoor actief betrokken bij dit proces. Het werk is pas geklaard totdat de werknemer geplaatst is bij een nieuwe werkgever of wanneer er sprake is van werkhervatting.

 

Artikel nos.nl van 17-06-2015 Haagse werkgevers willen liever autochtone werknemers.

 

Haagse werkgevers willen liever autochtone werknemers

17-06-2015, 13:36

ANP

Werkgevers in Den Haag hebben liever autochtone dan allochtone werknemers. Ook als allochtone sollicitanten meer werkervaring hebben, worden ze gepasseerd, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van de gemeente Den Haag.

Werkgevers maken nauwelijks werk van diversiteitsbeleid, dat nieuwe Nederlanders meer kans op een baan moet geven. Volgens het rapport oordelen werkgevers wel op basis van wat economische gezien het beste voor hun bedrijf is, maar spelen verwachtingen over allochtonen daarbij een grotere rol dan objectieve gegevens in het cv.

In Den Haag is meer dan de helft van de bevolking van niet-westerse afkomst. Het gemeentebestuur had opdracht gegeven tot het onderzoek omdat het wilde weten of allochtonen dezelfde kansen hebben op de Haagse arbeidsmarkt als hun autochtone stadsgenoten.

1

Hogere eisen

Het SCP onderzocht wat er gebeurt als iemand met hetzelfde cv reageert op een vacature. Sollicitanten van Marokkaanse of Surinaams-Hindoestaanse afkomst kregen minder vaak een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek. Pas als zij hun cv hadden opgepoetst met twee jaar extra werkervaring en aanvullende cursussen en activiteiten werden ze uitgenodigd.

Het hielp ook als in de sollicitatiebrief stond dat iemand vrijwilligerswerk had gedaan bij bijvoorbeeld het Ouderenfonds. Vooral bij Marokkaanse Nederlanders wilden werkgevers meer zekerheid over de productiviteit van hun toekomstige werknemers.

Namen van de sollicitanten, naar etniciteit en geslacht (Bron: SCP)

GESLACHT AUTOCHTOON MAROKKAANS HINDOESTAANS
man Kevin de Bruin Rachid el Idrissi Arun Sital
Jeroen Visser Mohamed Alaoui Pradeep Autar
vrouw Tessa Smit Rashida Benali Gita Sardjoe

Niet-westerse migranten

In Den Haag vormen Surinaams-Hindoestaanse Nederlanders de grootste groep niet-westerse migranten. Zij zijn in Den Haag twee keer zo vaak werkloos als hun autochtone stadsgenoten. Onder Marokkaanse Nederlanders is de werkloosheid in Den Haag het grootst. Van hen is 12,9 procent werkzoekend tegen 4,6 procent van de autochtone Nederlanders.

Het SCP stuurde tussen eind augustus en begin november 2014 504 sollicitaties op 176 verschillende vacatures in de regio Haaglanden. Werkgevers in de stad Den Haag discrimineerden meer dan hun collega’s in de omliggende gemeenten.

Het SCP heeft ook gesproken met de werkgevers en personeelsfunctionarissen die de nepsollicitaties behandelden. Juist in de gevallen waarin duidelijk verschil werd gemaakt tussen autochtone en allochtone werkzoekenden vonden zij het lastig hun beslissing toe te lichten. In meerdere gevallen werd verwezen naar collega’s die de selectiebeslissing voor de niet-westerse kandidaten hadden genomen.

Verontrustend

Wethouder Rabin Baldeswingh van de gemeente Den Haag vindt de uitkomst van het onderzoek verontrustend, vooral omdat Den Haag een van de steden is waar meer dan de helft van de bevolking allochtoon is.

Hij is blij dat het onderzoek meer inzicht geeft in de selectie door werkgevers bij het aannemen van nieuw personeel. Met die kennis kan het integratiebeleid van de gemeente Den Haag worden aangescherpt, zegt Baldeswingh. Binnenkort komt hij met een plan van aanpak voor een succesvollere integratie van migranten in Den Haag.

Uit het onderzoek blijkt dat het allochtone sollicitanten helpt als ze expliciet ingaan op hun etniciteit. Uit de nepbrief van het SCP voor een Marokkaans-Nederlandse sollicitant:

“Tot slot een persoonlijke noot. Bij eerdere sollicitaties heb ik wel eens gemerkt dat mensen vragen hebben over mijn achtergrond: ook al durft men die niet altijd te stellen. Zoals u misschien aan mijn naam kunt zien, ben ik een Nederlander met Marokkaanse ouders. Ik ben moslim, maar vind dat religie iets is wat in de privésfeer thuishoort en niet op het werk. Ik voel me Nederlands, en zet me graag in voor de Nederlandse samenleving. Mijn betrokkenheid blijkt ook uit het vrijwilligerswerk dat ik al jaren doe bij het Nationaal Ouderenfonds en eerder bij Resto van Harte (buurtrestaurant).”